De raad van het bedevaartsoord Kevelaer heeft in zijn vergadering van 24 februari voor het eerst de begroting voor 2026 en een concept voor budgetveiligheid (HSK) aangenomen. Beide besluiten werden aangenomen met een meerderheid van 21 tegen 18 stemmen.
Het opstellen van een concept voor begrotingsbescherming is wettelijk verplicht. Dit is een tienjarig consolidatieplan dat de dreigende overmatige schuldenlast moet voorkomen en de slagkracht van de stad op lange termijn moet garanderen. Het vorige begrotingsoverleg heeft duidelijk gemaakt hoe groot de uitdagingen zijn: Wettelijke taken moeten worden uitgevoerd met beperkte financiële middelen en tegelijkertijd moeten de lasten voor de burgers binnen redelijke grenzen worden gehouden. De begroting en het HSK bieden hiervoor nu een bindende oriëntatie.
Besparingen in centrale gebieden
Om de begroting veilig te stellen, moet er op bijna alle gebieden worden bezuinigd. Zo zijn bijvoorbeeld de onroerendgoedbelasting en de bedrijfsbelasting aangepast. Daarnaast wordt er gekort op fondsen op gebieden als klimaat en milieu, sociaal werk voor asielzoekers, toerisme en cultuur. De vroegere vrijstelling van bijdragen voor broertjes en zusjes in kleuterscholen en kinderdagverblijven zal in de toekomst niet meer gelden.
Er zal ook bespaard worden op gemeentelijk personeel en lopende bedrijfskosten. Dit zal merkbaar zijn op afzonderlijke gebieden en in sommige gevallen een verlaging van de bekende standaarden betekenen.
Complexe uitdagingen
De gespannen begrotingssituatie is te wijten aan verschillende factoren. Zo zijn de inkomsten uit handelsbelastingen met bijna zes miljoen euro gedaald ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd blijven de gemeenten nieuwe taken krijgen die niet volledig gefinancierd worden.
Stijgende personeelskosten, hogere kosten voor kinderopvang, jeugdzorg en sociale diensten en algemene prijsstijgingen - bijvoorbeeld voor energie, schoonmaak en onderhoud van gemeentelijke gebouwen - verergeren de situatie nog verder. Een consequente begrotingsdiscipline is daarom vereist om de begroting de komende tien jaar in evenwicht te houden.
Stabiliteit garanderen, lasten eerlijk verdelen
In het overleg tussen politici en de overheid werd ervoor gezorgd dat de belangrijkste diensten voor de burgers zoveel mogelijk behouden bleven. De binnen- en buitenzwembaden blijven open, net als belangrijke investeringen in scholen, kinderdagverblijven en brandweer. Ook zullen er voldoende culturele en toeristische diensten blijven bestaan.
Burgemeester Dr Dominik Pichler benadrukt: "De financiële situatie is uitdagend. We zijn ons ervan bewust dat de gerealiseerde besparingen merkbaar en in sommige gevallen pijnlijk zijn. Ons doel blijft om de gemeentelijke taken betrouwbaar uit te voeren, de lasten eerlijk te verdelen en Kevelaer ook in moeilijke tijden levensvatbaar en leefbaar te houden."
Volgende stappen
In de komende weken zullen individuele maatregelen worden geconcretiseerd en besproken in de relevante vakcommissies. Begin maart bespreekt de Commissie Maatschappelijk Welzijn onder andere de implementatie op het gebied van asielmaatschappelijk werk. De Commissie Jeugdwelzijn bespreekt de aanpassing van het statuut van de ouderbijdrage voor kinderdagverblijven in verband met de afschaffing van de broer-zusregeling.
Andere politieke discussiepunten zijn de deelname van verenigingen, de invoering van een accommodatiebelasting en de toekomstige facturering van bepaalde diensten die door het depot worden geleverd.
Totdat de begroting is goedgekeurd door het district Kleve als de verantwoordelijke toezichthoudende autoriteit, blijft de stad in voorlopig begrotingsbeheer. Gedurende deze periode kunnen alleen uitgaven worden gedaan binnen de wettelijke verplichtingen.
Uitleg in een oogopslag
Meer informatie over de begroting voor 2026 en het concept voor begrotingsbescherming is te vinden in het volgende vraag-en-antwoordformulier met de penningmeester Ralf Püplichuisen.
Hoe hoog is het huidige tekort en hoe heeft het zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
De laatste keer dat bedevaartsoord Kevelaer een positief jaarresultaat van € 4.192.385 kon laten zien was in 2022. Vanaf dat moment kon de begroting niet meer sluitend worden gemaakt.
Jaarlijks tekort 2023: - € 2.168.732
Jaarlijks tekort 2024: - € 4.907.484
Verwacht jaarlijks tekort 2025: - € 13.000.000
Verwacht jaarlijks tekort 2026: - € 9.185.952
Verwacht jaarlijks tekort 2027: - € 7.315.505
Verwacht jaarlijks tekort 2028: - € 6.056.997
Verwacht jaarlijks tekort 2029: - € 5.622.312Wat waren de belangrijkste redenen voor de stabilisatie van de begroting? (bijv. toegenomen sociale uitgaven, tariefverhogingen, energiekosten, instortende handelsbelasting?)
- drastisch stijgende personeelskosten in de afgelopen jaren als gevolg van de noodzakelijke toevoeging van nieuw personeel, maar ook hoge loonafspraken:
Personeelskosten 2022: € 16.122.426
Personeelskosten 2023: € 17.094.755
Personeelskosten 2024: € 18.831.314
Personeelskosten 2025: € 20.344.993
Personeelskosten 2026: € 20.227.626 (hier worden de eerste besparingen gerealiseerd)- Dramatische kostenstijgingen, vooral op het gebied van kinderopvang, economische jeugdzorg en sociale diensten, hebben de negatieve financiële ontwikkeling verergerd, hier zijn een paar cijfers:
Tekort kinderdagverblijven en kinderopvang
2024: - € 5.248.606
2025: - € 6.420.897
2026: - 7.812.206 €Economisch tekort jeugdzorg
2024: - € 10.272.079
2025: - € 9.272.038
2026: - 12.981.555 €- geen verdere isolatie van crisisgerelateerde verliezen. In 2023 konden de extra uitgaven in verband met het coronavirus en de oorlog voor het laatst in de begroting worden geneutraliseerd; in 2023 leidde dit nog tot een verbetering van de inkomsten met ongeveer 2,1 miljoen euro; vanaf 2024 zal deze mogelijkheid niet meer bestaan.
- Sterke daling van de bedrijfsbelasting als gevolg van de algemene economische situatie. In 2022 bedroeg deze ongeveer € 25 miljoen, in 2024 ongeveer € 21,5 miljoen en in 2025 slechts € 15,4 miljoen, dat wil zeggen bijna € 10 miljoen minder dan in 2022.
- Sinds 2025 is er niet langer voldoende liquiditeit door de ineenstorting van de inkomsten; er moeten voor miljoenen aan liquiditeitsleningen worden afgesloten, die niet binnen afzienbare tijd kunnen worden terugbetaald. Als gevolg hiervan wordt de gemeentebegroting belast met een aanzienlijke financieringsrente.
- Over het algemeen heeft de gemeentebegroting te maken met dezelfde prijsstijgingen door inflatie als elk particulier huishouden: Onderhoudskosten (energie, schoonmaak, enz.) en bouwkosten zijn zeer sterk gestegen.
Welke rol spelen externe factoren zoals staats- of federale regelgeving?
- De afgelopen jaren hebben de federale en deelstaatregeringen voortdurend nieuwe taken overgedragen aan de gemeenten. De financiering van deze taken is echter slechts gedeeltelijk geregeld. De lokale overheden moeten een aanzienlijk deel van de extra kosten zelf dragen. Enkele voorbeelden:
1. Kinderopvang en onderwijs
Dit is een van de grootste kostenveroorzakers. Hoewel onderwijs een zaak is van de federale staten, dragen de lokale overheden de last van de infrastructuur.- Wettelijk recht op kinderopvangplaatsen: Sinds 2013 is er een wettelijk recht voor kinderen vanaf één jaar. De exploitatie- en personeelskosten zijn vaak veel hoger dan de subsidies van de federale en staatsoverheden.
- Dagopvang in basisscholen: Vanaf 2026 wordt het recht op dagopvang gefaseerd ingevoerd. Lokale overheden zullen hiervoor massaal moeten investeren in gebouwen en personeel.
- Inclusie: De implementatie van gezamenlijk onderwijs voor kinderen met en zonder handicap vereist structurele aanpassingen en extra ondersteunend personeel.
2. sociale zaken en integratie
Sociale uitgaven maken nu het grootste deel uit van veel gemeentelijke begrotingen.- Huisvesting en integratie van vluchtelingen: Sinds 2015/2016 en opnieuw als gevolg van de oorlog in Oekraïne, doen lokale overheden het belangrijkste werk op het gebied van huisvesting, integratie en scholing. De forfaitaire bedragen van de federale en deelstaatregeringen dekken vaak niet de werkelijke kosten voor huisvesting en sociale zorg.
- Integratiehulp: Ondersteuning voor mensen met een beperking (Federale Participatiewet) is een gemeentelijke taak waarvan de kosten voortdurend stijgen door het stijgende aantal gevallen en de hogere normen.
- Burgertoelage (SGB II): De lokale overheid draagt de kosten voor huisvesting (KdU). Als de huren of het aantal ontvangers stijgen, legt dit een directe last op de gemeentelijke begroting.
3. digitalisering en administratie
- Wet online toegang (OZG): De federale overheid heeft beslist dat bijna alle administratieve diensten digitaal beschikbaar moeten zijn. De technische implementatie en het onderhoud van de IT-systemen blijven vaak de verantwoordelijkheid van de lokale overheden.
- Hervorming van de huursubsidie: De enorme uitbreiding van de groep mensen die recht hebben op huursubsidie leidde tot een enorme administratieve last in de gemeentelijke kantoren, waarvoor onvoldoende personeel beschikbaar was.
4. klimaat en mobiliteit
- Warmteplanning: De nieuwe Building Energy Act verplicht lokale overheden om gedetailleerde warmteplannen op te stellen voor 2026 of 2028. Hiervoor zijn dure deskundigenrapporten en gespecialiseerd personeel nodig.
- Verkeersomleiding: Hoewel de uitbreiding van fietspaden en openbaar vervoer vaak gesubsidieerd wordt, blijven de onderhoudskosten en exploitatie op lange termijn bij de gemeente.
- De afgelopen jaren hebben de federale en deelstaatregeringen voortdurend nieuwe taken overgedragen aan de gemeenten. De financiering van deze taken is echter slechts gedeeltelijk geregeld. De lokale overheden moeten een aanzienlijk deel van de extra kosten zelf dragen. Enkele voorbeelden:
Op welke specifieke gebieden wordt bespaard - en waarom juist daar?
De stad zelf kan alleen een hefboomwerking uitoefenen waar ze de mogelijkheid heeft om invloed uit te oefenen, wat helaas ook geldt voor bijvoorbeeld vrijwillige sociale diensten die natuurlijk invloed hebben op de burgers en leiden tot grote wrevel onder de bevolking en diensten waarvoor geen wettelijke verplichting bestaat. De redenen hiervoor moeten echter door politici worden beantwoord; uiteindelijk heeft de raad deze beslissingen genomen. Met name over de volgende zaken werd heftig gediscussieerd, maar er werd toch besloten:
- de afschaffing van de vermindering van de ouderbijdragen voor kinderdagverblijven en kinderoppas voor broers en zussen. Voorheen waren broers en zussen vrijgesteld van bijdragen, maar deze regeling werd afgeschaft als onderdeel van de begrotingsbesprekingen. Er moet echter rekening mee worden gehouden dat het 2e en 3e jaar van de kleuterschool sowieso wettelijk gratis zijn.
- de stopzetting van het integratiewerk van Caritas in de vluchtelingensector (in het bijzonder het zoeken en beheren van huisvesting, sociale ondersteuning in de opvangcentra)
- Besparingen op het gebied van klimaatbescherming en aanpassing aan klimaatverandering
Er is ook overeenstemming bereikt over besparingen:
- op het gebied van personeel (schrappen van banen, bevriezen van het personeelsbestand); besparingen van ongeveer € 700 000 in de daaropvolgende jaren)
- in de sector evenementen en cultuur en citymarketing (marketingprijs in de toekomst alleen in afgeslankte vorm, ballonfestival wordt opgeheven, Kevelaer im Licht nog maar om de 2 jaar)
Natuurlijk werden er niet alleen beslissingen genomen over besparingen, maar werden er ook nieuwe inkomsten gegenereerd, die vooral de burgers treffen:
- Verhoging van de kostendeling voor clubs in de exploitatiekosten van sportclubs
- Verhoging van de bijdragen voor het open dagprogramma
- Afschaffing van de vrijstelling van kinderopvangbijdragen voor broers en zussen
- Verhoging van onroerendgoedbelasting A voor landbouwgrond
- Verhoging van onroerendgoedbelasting B voor ontwikkelde eigendommen
- Invoering van een onroerendgoedbelasting C vanaf 2027 voor percelen die bebouwd kunnen worden maar nog niet ontwikkeld zijn
- Verhoging handelsbelasting
- Invoering van een verblijfsbelasting vanaf 2027 voor overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven
- Facturering van depotdiensten voor diensten van derden (die voorheen grotendeels gratis of voor een zeer klein bedrag werden geleverd)
Waren er gebieden die bewust niet werden afgeknipt? Zo ja, om welke redenen?
- De grote kostenblokken van binnen- en buitenbaden werden bijvoorbeeld helemaal niet besproken (behalve dat er voorstellen waren om het binnenbad aantrekkelijker te maken). Beperkingen in de exploitatie van het overdekte zwembad zijn op dit moment politiek niet bespreekbaar, omdat dit een aanzienlijke bezuiniging zou betekenen op de diensten die aan de burgers van de stad worden aangeboden (met name schoolkinderen, zwemlessen, een breed scala aan cursussen) en een ongebruikt overdekt zwembad zou dood kapitaal betekenen. Daarentegen wordt er momenteel gewerkt aan de renovatie van het overdekte zwembad (met name het dak en de gevel, ventilatietechnologie, totale kosten ongeveer € 8 miljoen). Hiervoor is een subsidieaanvraag ingediend.
- In het geval van het buitenbad moet er rekening mee worden gehouden dat de zwembadvereniging Kevelaer een aanzienlijk deel van de kosten en werkzaamheden voor haar rekening neemt en met haar vrijwilligerswerk zorgt voor de exploitatie van het buitenbad. Sluiting zou bijvoorbeeld dit vrijwilligerswerk teniet doen.
- Besparingen op groenonderhoud door het depot werden ook afgewezen. De mening hier is dat de onderhoudsnormen al tot een minimum zijn teruggebracht en dat Kevelaer, als bedevaarts- en kuuroord, moet zorgen voor een aantrekkelijke externe uitstraling.
- De grote kostenblokken van binnen- en buitenbaden werden bijvoorbeeld helemaal niet besproken (behalve dat er voorstellen waren om het binnenbad aantrekkelijker te maken). Beperkingen in de exploitatie van het overdekte zwembad zijn op dit moment politiek niet bespreekbaar, omdat dit een aanzienlijke bezuiniging zou betekenen op de diensten die aan de burgers van de stad worden aangeboden (met name schoolkinderen, zwemlessen, een breed scala aan cursussen) en een ongebruikt overdekt zwembad zou dood kapitaal betekenen. Daarentegen wordt er momenteel gewerkt aan de renovatie van het overdekte zwembad (met name het dak en de gevel, ventilatietechnologie, totale kosten ongeveer € 8 miljoen). Hiervoor is een subsidieaanvraag ingediend.
Welke impact zullen de besparingen op korte termijn hebben op de burgers?
- Extra lasten door hogere eigendomsbelastingen en handelsbelastingen en door kostendeling op verschillende gebieden (kleuterscholen, OGS).
- Normverlagingen door personeelsinkrimping (bijv. langere wachttijden). Dit moet echter worden gecompenseerd door een verdere uitbreiding van de digitalisering (elektronische aanvraag, enz.)
Welke investeringen worden voortgezet ondanks de bescherming van het budget - en waarom?
Alle maatregelen die nodig zijn om de taken van een stad uit te voeren, zullen worden voortgezet. Dit omvat investeringen in scholen, kleuterscholen, brandweerkazernes, enz. De maatregelen zullen in de toekomst echter geprioriteerd en gelijkgeschakeld moeten worden om de lasten voor de afzonderlijke begrotingsjaren te verminderen.
Zijn er projecten die moesten worden uitgesteld of geannuleerd?
- Een oorspronkelijk geplande fundamentele uitbreiding van het schoolcentrum, die naar schatting meer dan € 30 miljoen zou kosten, werd halverwege vorig jaar voorlopig afgewezen vanwege financiële ontwikkelingen. Noodzakelijke uitbreidingen worden gerealiseerd in kleinere afzonderlijke maatregelen
- Het oorspronkelijke besluit om de Hubertusbasisschool uit te breiden naar drie leerlingen wordt heroverwogen. De reden hiervoor is dat er voldoende ruimte beschikbaar is in de Antoniusbasisschool, die ook beschikbaar is. Als alternatief zou de gymzaal van basisschool Hubertus worden gerenoveerd en zouden structurele maatregelen worden genomen om deze aan te passen aan de behoeften van het open dagprogramma en schoolmaatschappelijk werk. De uiteindelijke beslissing hangt af van de kosten die aan de twee opties verbonden zijn.
- Fotovoltaïsche systemen die al gepland zijn, moeten alleen worden gerealiseerd als de economische werking van deze systemen kan worden bewezen en niet "alleen" om klimaat- en milieuredenen.
- Een oorspronkelijk geplande fundamentele uitbreiding van het schoolcentrum, die naar schatting meer dan € 30 miljoen zou kosten, werd halverwege vorig jaar voorlopig afgewezen vanwege financiële ontwikkelingen. Noodzakelijke uitbreidingen worden gerealiseerd in kleinere afzonderlijke maatregelen
Welke strategie volgt de regering om weer slagvaardig te worden op de middellange termijn?
In principe is de stad ook nu niet volledig handelingsonbekwaam. Er worden nog steeds aanzienlijke middelen geïnvesteerd in verdere ontwikkeling. De hierboven genoemde maatregelen laten echter zien dat er in sommige gevallen aanzienlijke beperkingen zullen zijn. De mogelijkheden van de stad zijn in wezen beperkt tot maatregelen waarvoor geen wettelijke verplichting bestaat. Verdere belastingverhogingen voor de komende jaren kunnen niet worden uitgesloten, maar men is het erover eens dat de burgers ook niet tot in het oneindige kunnen worden belast. De stad zal ook afstand moeten doen van een aantal gekoesterde vrijwillige taken en de normen moeten verlagen, of in ieder geval kunnen deze niet meer allemaal gratis worden uitgevoerd. Besparingen zijn echter niet onvoorwaardelijk. Zonder verdere ontwikkeling is het niet mogelijk om extra inkomsten te genereren. Het is bijvoorbeeld belangrijk om de beschikbare commerciële ruimte in Kevelaer te vergroten om bestaande en nieuwe bedrijven ontwikkelingsmogelijkheden in Kevelaer te geven. Dit creëert banen en kan inkomsten genereren (aandeel in de inkomstenbelasting, handelsbelasting). Reclamemaatregelen via citymarketing en culturele programma's worden ook niet volledig stopgezet. We moeten echter ook realistisch blijven: de stad Kevelaer zal (net als alle andere steden) haar financiële problemen nauwelijks alleen kunnen oplossen. Steun van de federale en deelstaatregeringen is onontbeerlijk.
Hoe lang zal de budgetbescherming naar verwachting duren?
Volgens de wettelijke bepalingen van het gemeentewetboek moet een stad met begrotingsbescherming uiterlijk in het 10e jaar na het begrotingsjaar aantonen dat het mogelijk is om opnieuw een sluitende begroting in te dienen. De huidige planning gaat ervan uit dat het ook voor die tijd niet mogelijk zal zijn om de begroting in evenwicht te krijgen. Het spreekt voor zich dat deze periode erg lang is en dat er zich tijdens deze periode verschillende onvoorspelbare en planbare veranderingen zullen voordoen. In het beste geval herstelt de bedrijfsbelasting zich in deze periode en voorzien de federale en deelstaatregeringen de lokale overheden van voldoende middelen. Of het dan mogelijk is - als er eerder een begrotingsevenwicht kan worden bereikt - om de begrotingsbescherming voortijdig te beëindigen, moet te zijner tijd met de gemeentelijke toezichthouder worden afgesproken.


