Handelsbelasting
Beschrijving van de service
De bevoegdheid van gemeenten om handelsbelasting te heffen, de zogenaamde belastingsoevereiniteit, is gebaseerd op de Wet gemeentelijke belastingen en de Wet op de handelsbelasting. De bedrijfsbelasting is een vermogensbelasting of een materiële belasting. Het voorwerp van de belasting is zowel stationaire als reizende handel.
Het inzamelingspercentage
De gemeente bepaalt het heffingspercentage waarmee het bedrag van de belastingaanslag wordt vermenigvuldigd; het resultaat is de te betalen bedrijfsbelasting.
De aanslagvoet wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld in de begrotingsstatuten.
De bedrijfsbelasting wordt schriftelijk vastgesteld. In de regel moeten voorschotten worden betaald in de vorm van een kwart van het bedrag op 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november. Aanvullende betalingen op basis van een definitieve aanslag voor een aanslagperiode zijn verschuldigd op de data die in het bericht zijn vermeld.
De huidige handelsbelastingmultiplicator is 443 %.
De handelsbelastingtarieven van de afgelopen jaren ter informatie:
Jaar Heffingspercentage 2003 tot 2011 403 % 2012 tot 2014 411 % 2015 tot 2022 415 % 2023 tot 2025 416 % sinds 2026 443 % Wettelijke basis
De belastinggrondslag is het handelsinkomen van het bedrijf. Voor de belastingberekening bepaalt het belastingkantoor belastbare bedragen die worden berekend door bepaalde percentages (belastinggrondslag) toe te passen op de handelsinkomsten. Het belastingtarief voor bedrijfsinkomsten is over het algemeen 3,5%, hoewel er een toeslag wordt afgetrokken van de bedrijfsinkomsten die onderworpen zijn aan bedrijfsbelasting. Als vaste inrichtingen in meerdere gemeenten worden aangehouden of als een vaste inrichting zich over meerdere gemeenten uitstrekt of als een vaste inrichting binnen een belastingaanslagperiode van de ene gemeente naar de andere gemeente is verplaatst, splitst het belastingkantoor het gestandaardiseerde belastingaanslagbedrag op in de aandelen die aan de individuele gemeenten kunnen worden toegerekend (toerekeningsaandelen).
Wanneer de belastingaanslagbedragen worden vastgesteld door het belastingkantoor, wordt ook de verschuldigde persoonlijke en materiële belasting vastgesteld. De gemeente is gebonden aan de bevindingen van het belastingkantoor en moet haar gemeentelijke aanslag voor de bedrijfsbelasting hierop baseren, zelfs als de aanslag voor de bedrijfsbelasting nog niet onbetwistbaar is geworden. Bezwaren tegen de belastingplicht in het algemeen of tegen het bedrag van de aanslag kunnen daarom alleen worden ingediend bij het belastingkantoor dat de aanslag voor de bedrijfsbelasting heeft opgelegd.
